Op de locatie zijn vier grote paalgaten uit het Mesolithicum opgegraven, waarin waarschijnlijk totemachtige palen van dennenhout stonden. Uit koolstofdatering blijkt dat vroege jager-verzamelaars dit landschap bewust hebben gemarkeerd, wat wijst op een rituele of territoriale betekenis, lang voordat er later in het neolithicum met de bouw werd begonnen.




